In maart 2027 gaat de Robusto droog bij Scheepswerf Oldenhage in Lissebroek. Dat is een unieke kans om een deel van de open vragen uit dit dossier fysiek te toetsen — vooral rond de aanhechting van de kotterboeg. Deze pagina verzamelt wat we willen onderzoeken en vastleggen, zodat er op de werf een concrete lijst klaarligt.
Klik voor de volledige foto — handig om op de werf bij de hand te hebben ter vergelijking.
Waarom: dit is de kern van de boeg-hypothese. Als de overgang zichtbaar is als een duidelijke las- of klinknaad, vertelt de vorm en uitvoering daarvan veel over wanneer en hoe de ombouw is gebeurd.
→ Foto's van binnen én buiten, op waterlijnhoogte en eronder. Let op: overlappende platen (geklonken) vs. stompe las (gelast) — gelast wijst op latere datum (na ca. 1930-40 gangbaar in de regio).
Op de referentiefoto hierboven (droogstand 2023) is bij nader inzoomen geen overtuigende naad te vinden — alleen normale, doorlopende gangnaden. Conclusie: als de aanhechting bestaat, zit hij onder de verf/plamuur weggewerkt. Dus in 2027: lokaal verf/plamuur wegschuren rond de voorsteven en rond de vermoedelijke 1957-verlengingszone verderop de romp, niet alleen fotograferen.
Waarom: dit is waar de experts vorige winter op wezen als bewijs voor een bouwdatum ruim vóór 1937. Nu pas goed te documenteren zonder water eromheen.
→ Close-up foto's met meetlat erbij voor schaal. Vraag de experts van winter 2025/26 of ze erbij kunnen zijn of via foto kunnen meekijken.
Waarom: zou in één klap de werf-vraag kunnen beantwoorden. Vaak verstopt onder verf- en roestlagen, bij de kiel, stevens, of nabij de motorkamer/spanten.
→ Voorzichtig verf/roest verwijderen op verdachte plekken (rond klinknagelrijen, op het vlak nabij de kiel). Een werf gebruikte soms een gestandaardiseerd merkteken of cijfercode.
Waarom: helpt de bouwperiode van verschillende scheepsdelen apart te dateren. Een romp die deels geklonken en deels gelast is, vertelt een verbouwingsgeschiedenis.
→ Overzichtsfoto's van de hele onderwaterromp, in secties, met aantekening waar het patroon verandert.
Alvast een aanknopingspunt: in de voorpiek is een paneel gevonden met afwijkende, mogelijk handmatig gevormde klinknagels naast een gladgeslepen, dichtgezette plek — mogelijk een oude reparatie. Zie de foto hieronder; de moeite waard om tijdens de droogstand nog eens goed te bekijken en te vergelijken met de rest van de romp.
Waarom: sommige stalen platbodems uit deze periode combineerden een houten kielbalk met een stalen romp (zie bijvoorbeeld de "Nemrod" van De Klerk, 1898). Als hier ook een houten kern zit, is dat een aanwijzing voor een vroege, overgangsperiode-bouw.
→ Boor- of klopcontrole op de kiel; foto's van eventuele houten kern bij beschadigde plekken.
Update: op de referentiefoto hierboven oogt het vlak van buiten volledig glad en staal, geen houtnerf zichtbaar — geen bewijs, maar wel een indicatie. Klop-/boorcontrole blijft de moeite waard, iets lagere urgentie.
Waarom: de deckplan-tekening en oude foto's in het documentenarchief tonen details van de indeling en achterschip uit de Frey-periode. Een vergelijking met de huidige situatie laat zien wat er sindsdien is veranderd.
→ Foto's vanaf dezelfde hoek als de historische foto's (pagina 33 en 15 in het archief), zodat een side-by-side vergelijking mogelijk is.
Waarom: oudere platen zijn vaak dikker/onregelmatiger dan latere reparatieplaten — kan helpen bouw- en reparatiefases te onderscheiden.
→ Ultrasone dikte-meting (vraag of de werf dit standaard doet bij een keuring); noteer per sectie.
Waarom: Frey noemt "18 anodes over hull and rudder" in zijn memo uit de jaren '80. Een leuke, kleine controle van continuïteit.
→ Tellen en fotograferen, vergelijken met het manuscript in het archief.
Waarom: een opvallende, symmetrische schuine strook aan beide zijden van de romp, midscheeps. Twee concurrerende verklaringen: een laadvoorziening voor de oester-/mosselvisserij (bakken over het berghout schuiven i.p.v. tillen), of een insertienaad van de verlenging in 1957.
→ Ligt de strook op een logische laadplek (bij het ruim)? Is het een opgelegde plaat/schuurstrip, of een naad in de huid zelf? Slijtagesporen (typisch voor een laadgoot) of een schone naad onder de verf (typisch voor constructie)? Zit er een tweede, vergelijkbare naad ca. 2,3 m verderop — dat zou er moeten zijn bij een insertie, niet bij een laadgoot?
Waarom: laag tegen de romp, net onder het berghout waar de boeg weer naar binnen buigt — een klassieke positie voor een sleeppunt of meerpunt bij het overladen. Duidelijk een later aangebrachte, gelaste/geboute voorziening, dus uit een van de werkperiodes (visserij of vrachtvaart), niet uit de Frey/reisboot-tijd.
→ Zit er een spiegelbeeldig exemplaar aan de andere kant van de romp? Dat zou de sleep-/meerpunt-verklaring verder bevestigen.
Neem deze pagina (of een uitdraai) mee naar Scheepswerf Oldenhage. Overleg vooraf met de werf welke van deze punten praktisch haalbaar zijn tijdens de geplande werkzaamheden — sommige (zoals plaatdiktemeting) kosten extra tijd/gereedschap.
Foto's en bevindingen mogen naar bas@injebrowser.nl — dan verwerken we ze in de werf-vraag en het documentenarchief.