De naam staat vast: het schip keert terug naar zijn allereerste identiteit, YE-79 Geertruida. De kleurstelling en een eventuele nieuwe mast-/laadconstructie zijn dat nog niet — deze pagina volgt dat gesprek en groeit mee naarmate er keuzes gemaakt worden. Stap voor stap: dit gebeurt niet allemaal bij de eerstvolgende werfbeurt. Eerst een los onderdeel: een reeks eigen illustraties van hoe het silhouet van het schip door de jaren heen veranderde — daarna de naam-, kleur- en mastvraag zelf.
Vier gestileerde zij-aanzichten die in één oogopslag laten zien hoe het silhouet van het schip veranderde — zelf getekend, nog niet klaar, en nadrukkelijk geen archiefstuk. Sommige fases steunen op harde bronnen (foto's, kaarten), andere op Frey's eigen beschrijving of op educated guesses. Zie per fase de toelichting. Twee eerder geplande fases (reisboot-overgang en de Triëst-opbouw) zijn hier samengevoegd tot één beeld, omdat er geen los silhouet van het kale tussenstadium bekend is.
Halfgedekt platbodem, ronde kop, onder zeil met zwaard (leeboard).
Kleine stuurhut en vistuigage bij, ronde kop nog altijd aanwezig.
Vistuig weg, nieuwe opbouw en mast bij — en hier verschijnt in deze illustratie de kotterboeg.
Mast weg, radar en een klein kraantje voor de tender bij — de Robusto van vandaag.
Vaststaat: "halfgedekt platbodemvaartuig" (kaart 1937), officieel type "motorlemsterjacht", ronde boeg. Beste referentie: de foto van de YE-14 onder zeil, met zwaard (leeboard) zichtbaar.
→ Nog uit te zoeken: exacte tuigvorm (spriet? giek?), aantal masten, waar het halfdek precies eindigde. De illustratie hierboven is een aannemelijke reconstructie, geen exacte weergave.
Vaststaat: ergens tussen 1937 en 1960 verschuift de officiële typering van "platbodem" naar "motorkotter". Stuurhut/kajuit en visserijgerei horen bij deze fase.
→ Nog uit te zoeken: exact silhouet van stuurhut en vistuig in déze periode — geen foto's uit deze specifieke fase bekend, alleen de eind- en beginpunten. Ook: of de kotterboeg al in deze fase verscheen of pas later (zie fase 3) staat nog niet vast — de illustraties nemen daarin een keuze, geen bewezen feit.
Vaststaat: 1960, verkoop aan Gebr. de Rooij, einde visserijloopbaan, begin reisboot-bestaan als "Laisser Dire". Uit Frey's eigen beschrijving (jaren '70/'80): stalen stuurhut met rondom zicht, een afneembare aluminium mast met autopilot-antenne, hoofdmast die over het salondak neerklapt voor kanalen, een ankerlier met 360 m ketting.
→ Nog uit te zoeken: er is geen bekende buitenfoto uit precies déze periode — deze illustratie combineert twee eerder los geplande fases (het kale tussenstadium ná de visserij, en de latere Triëst-opbouw onder Frey) tot één beeld, bij gebrek aan een bekend silhouet van het tussenstadium zelf. Ook het exacte moment van de boeg-vervanging (bij de verlenging van 1957, of pas later bij Frey) staat nog niet vast.
Vaststaat: ruim gedocumenteerd met recente foto's (zie huidige staat) — dit is de enige fase die al volledig op beeldmateriaal is gebaseerd.
→ Het vaste ankerpunt van de reeks — de rest van de illustraties bouwt hier terugredenerend naartoe.
Deze vier tekeningen zijn een persoonlijk hulpmiddel om de evolutie van het schip visueel te volgen — leuk om te maken en te delen, maar ze bewijzen niets over hoe het schip er in elke fase daadwerkelijk uitzag. Vooral fase 2 en 3 blijven een educated guess, duidelijk als zodanig gemarkeerd. Wordt bijgewerkt zodra er scherper bronmateriaal (foto's, tekeningen) opduikt.
De knoop is doorgehakt: het schip krijgt zijn allereerste naam en visserijnummer terug — Geertruida, YE-79 — zoals vastgelegd bij de eerste registratie op 16 maart 1912 in Yerseke. Geen eerbetoon aan één tussenperiode, maar een teruggrijpen naar het startpunt van de hele naamketen.
Een terugkeer naar Catherina — de naam uit de Frey-periode (1968–1997) — is eerder overwogen, maar staat niet langer op tafel. Zie de volledige naamketen op de tijdlijn voor alle dertien namen die het schip in totaal droeg.
Een aantal veelvoorkomende Zeeuwse en Zuid-Hollandse schilderconventies uit de tijd dat dit schip als vissersschip voer, als denkrichting — geen van deze is per se "de" historisch juiste kleur van dít schip, daarvoor is te weinig bekend.
↳ Deze richting is inmiddels doorontwikkeld — zie sectie 05 voor de huidige denkrichting.
De richting waar het gesprek nu naartoe neigt: een zwarte romp met een witte/crème opbouw, als bij het merendeel van de historische Zeeuwse platbodems — maar met keuzes die het net wat lichter en eigentijdser laten aanvoelen dan een pure reconstructie. Twee principes maken daarbij het verschil:
Geen zuiver zwart, geen zuiver wit. Vlak zwart (#000000) en fel wit ogen al snel als plastic/gelakt — "modern" in de verkeerde zin. Een warm, licht getemperd zwart (met een vleugje bruin of groen, zoals ouderwetse teer/koolteerverf) en een crème in plaats van wit geven meteen iets ouds en verzorgds terug, zonder somber te worden.
Eén rustige bies, verder niets. Historische schema's hadden vaak meerdere kleuren (groen, oxiderood, oker) door elkaar. Voor een "fris" gevoel werkt terughoudendheid beter: precies één dunne sierlijn tussen casco en opbouw, en verder niets — laat de vorm van het schip het werk doen.
Los van de kleur zelf maakt de afwerking veel uit voor het "fris"-gevoel. Een volledig glanzende romp oogt al snel als een gelakte plezierjacht; een mat of egaal halfmat zwart houdt het karakter van een werkschip vast, ook in een verder opgefriste kleurstelling. Iets om mee te nemen in het gesprek met een schilder.
Bij de nieuwe naam hoort ook een nieuwe kleurrichting: een donker marineblauwe romp met zwart onderwaterschip, witte opbouw, oker/gouden verschansing en kraan, en een oranje accent op het reddingsmiddel. Onderstaande illustratie is een moodboard dat de richting laat zien waarop op dit moment gedacht wordt — nog geen definitief ontwerp en zeker geen exacte tinten. Vorm, verhoudingen en precieze kleurwaarden worden nog verder uitgewerkt.
Dit vervangt niet automatisch de eerdere zwart/crème-overweging (sectie 04) of de historische referentievarianten (sectie 03) — het is de richting waar het gesprek nu het meest naartoe neigt, gekoppeld aan de nieuwe naam YE-79 Geertruida. Wordt bijgewerkt zodra er scherpere keuzes gemaakt zijn (verfmerk, exacte tinten, precieze belijning).
Naast naam en kleur leeft er ook een droom om het schip weer een mast met laadconstructie te geven — iets dat past bij het vrachtvaart- en visserijverleden. Dit is op dit moment nog geen ontwerp en geen vastomlijnd plan, maar een richting die we serieus willen gaan uitzoeken: hoe zag dit er historisch uit op dit scheepstype, wat is technisch en praktisch haalbaar op de huidige romp, en wat betekent dit voor onderhoud, vaargedrag en bruggen/kanalen onderweg.
Er ligt nog geen ontwerp, geen tekening en geen technische onderbouwing. Dit is bewust een apart, langlopend traject — vergelijkbaar met de werf-vraag — dat we stap voor stap in kaart gaan brengen.
→ Vragen die eerst beantwoord moeten worden: welke mast/laadboom-constructies waren gangbaar op dit type lemsterjacht in de vracht-/visserijperiode; wat is er structureel haalbaar op de huidige (verlengde) romp uit 1957; is het doel puur decoratief/historisch of ook functioneel (bijv. tender hijsen); en hoe verhoudt een vaste mast zich tot doorvaart onder bruggen op de huidige vaarroutes.
Dit is een meerjarig traject dat los staat van de geplande droogstand 2027. Naam en kleur kunnen als eerste stappen gezet worden; de mast-/laadconstructie volgt pas nadat er een echt onderzoekstraject en ontwerp achter zit.
Geen van deze is uitgewerkt — puur om het gesprek op gang te brengen, van vóórdat de naamskeuze viel op YE-79 Geertruida. Deze richtingen staan los van die naamskeuze en los van de huidige voorkeur in sectie 05. Stuur gerust voorbeeldfoto's, Pantone-nummers of ideeën naar bas@injebrowser.nl, dan komen ze hier als volwaardige palet erbij.
Zwart casco, wit berghout — aansluitend bij de Drie Gebroeders/Geertruida-periode als vissersschip op de Zeeuwse stromen.
Donkerblauw met crème — een knipoog naar de Laisser Dire/Catherina-periode onder Frey.
Een kleurstelling die niet verwijst naar een specifieke periode, maar naar het schip zoals het nu is — een eigen laag in bijna negentig jaar geschiedenis.