Robusto scheepsdossier
Lijntekening van de Robusto, zijaanzicht, als inkleursjabloon
Referentietekening

Zijaanzicht van de Robusto zoals hij er nu bij ligt — het uitgangspunt voor alle kleurvarianten hieronder. Romp, opbouw en bies zijn los te herkennen: precies de vlakken die in elke richting hieronder een andere kleur krijgen.

01 — Persoonlijke illustratie, work in progress

Vormgeschiedenis in beeld

Vier gestileerde zij-aanzichten die in één oogopslag laten zien hoe het silhouet van het schip veranderde — zelf getekend, nog niet klaar, en nadrukkelijk geen archiefstuk. Sommige fases steunen op harde bronnen (foto's, kaarten), andere op Frey's eigen beschrijving of op educated guesses. Zie per fase de toelichting. Twee eerder geplande fases (reisboot-overgang en de Triëst-opbouw) zijn hier samengevoegd tot één beeld, omdat er geen los silhouet van het kale tussenstadium bekend is.

Fase 1

Halfgedekt platbodem — ronde kop, onder zeil

Vaststaat: "halfgedekt platbodemvaartuig" (kaart 1937), officieel type "motorlemsterjacht", ronde boeg. Beste referentie: de foto van de YE-14 onder zeil, met zwaard (leeboard) zichtbaar.

→ Nog uit te zoeken: exacte tuigvorm (spriet? giek?), aantal masten, waar het halfdek precies eindigde. De illustratie hierboven is een aannemelijke reconstructie, geen exacte weergave.

Fase 2

Visserskotter — kajuit, vistuigage, nog altijd de ronde kop

Vaststaat: ergens tussen 1937 en 1960 verschuift de officiële typering van "platbodem" naar "motorkotter". Stuurhut/kajuit en visserijgerei horen bij deze fase.

→ Nog uit te zoeken: exact silhouet van stuurhut en vistuig in déze periode — geen foto's uit deze specifieke fase bekend, alleen de eind- en beginpunten. Ook: of de kotterboeg al in deze fase verscheen of pas later (zie fase 3) staat nog niet vast — de illustraties nemen daarin een keuze, geen bewezen feit.

Fase 3 — samengevoegd

Reisboot met nieuwe opbouw en mast — de kotterboeg verschijnt

Vaststaat: 1960, verkoop aan Gebr. de Rooij, einde visserijloopbaan, begin reisboot-bestaan als "Laisser Dire". Uit Frey's eigen beschrijving (jaren '70/'80): stalen stuurhut met rondom zicht, een afneembare aluminium mast met autopilot-antenne, hoofdmast die over het salondak neerklapt voor kanalen, een ankerlier met 360 m ketting.

→ Nog uit te zoeken: er is geen bekende buitenfoto uit precies déze periode — deze illustratie combineert twee eerder los geplande fases (het kale tussenstadium ná de visserij, en de latere Triëst-opbouw onder Frey) tot één beeld, bij gebrek aan een bekend silhouet van het tussenstadium zelf. Ook het exacte moment van de boeg-vervanging (bij de verlenging van 1957, of pas later bij Frey) staat nog niet vast.

Fase 4

Mast weg, klein kraantje — huidige vorm

Vaststaat: ruim gedocumenteerd met recente foto's (zie huidige staat) — dit is de enige fase die al volledig op beeldmateriaal is gebaseerd.

→ Het vaste ankerpunt van de reeks — de rest van de illustraties bouwt hier terugredenerend naartoe.

Status: eigen illustratie, geen bewijsstuk

Deze vier tekeningen zijn een persoonlijk hulpmiddel om de evolutie van het schip visueel te volgen — leuk om te maken en te delen, maar ze bewijzen niets over hoe het schip er in elke fase daadwerkelijk uitzag. Vooral fase 2 en 3 blijven een educated guess, duidelijk als zodanig gemarkeerd. Wordt bijgewerkt zodra er scherper bronmateriaal (foto's, tekeningen) opduikt.

02 — De naam · besloten

Terug naar het begin: YE-79 Geertruida

De knoop is doorgehakt: het schip krijgt zijn allereerste naam en visserijnummer terug — Geertruida, YE-79 — zoals vastgelegd bij de eerste registratie op 16 maart 1912 in Yerseke. Geen eerbetoon aan één tussenperiode, maar een teruggrijpen naar het startpunt van de hele naamketen.

Een terugkeer naar Catherina — de naam uit de Frey-periode (1968–1997) — is eerder overwogen, maar staat niet langer op tafel. Zie de volledige naamketen op de tijdlijn voor alle dertien namen die het schip in totaal droeg.

03 — Historische referentie

Hoe platbodems/kotters traditioneel gekleurd werden

Een aantal veelvoorkomende Zeeuwse en Zuid-Hollandse schilderconventies uit de tijd dat dit schip als vissersschip voer, als denkrichting — geen van deze is per se "de" historisch juiste kleur van dít schip, daarvoor is te weinig bekend.

#171512 — casco zwart (teer/koolteerverf)
#E7E1D2 — berghout wit
#7A8C6B — groen (luiken/details)
#7A2E22 — oxiderood (onderwaterschip)

"Klassiek Zeeuws vissersschip"

Zwart casco met wit berghout was op veel Zeeuwse hoogaarzen, hengsten en lemmerhengsten de standaard — praktisch (teer als bescherming) en traditioneel. Groene of donkerrode accenten op luiken, dekhuis of stuurhut kwamen veel voor.

#0F2D3D — casco donkerblauw
#F2EDE0 — romp/opbouw crème
#C8A13C — bies/sierlijn oker

"Reisboot-jaren" (Laisser Dire / Catherina)

Foto's uit het archief (jaren '60–'80) tonen het schip tijdens de reisboot-periode — waardevol om nog eens goed te bekijken op kleurgebruik uit die tijd, als "eigen" historische laag naast de vroegere visserstijd.

#F4F1EA — huidig wit
#1C3A4A — huidig blauw

Huidige kleurstelling (referentie)

Ter vergelijking: de Robusto vaart nu in wit met een blauwe bies/opbouw (zie foto op de tijdlijn-pagina).

04 — Eerdere overweging

Zwart casco, crème opbouw — historisch, maar fris

↳ Deze richting is inmiddels doorontwikkeld — zie sectie 05 voor de huidige denkrichting.

De richting waar het gesprek nu naartoe neigt: een zwarte romp met een witte/crème opbouw, als bij het merendeel van de historische Zeeuwse platbodems — maar met keuzes die het net wat lichter en eigentijdser laten aanvoelen dan een pure reconstructie. Twee principes maken daarbij het verschil:

Geen zuiver zwart, geen zuiver wit. Vlak zwart (#000000) en fel wit ogen al snel als plastic/gelakt — "modern" in de verkeerde zin. Een warm, licht getemperd zwart (met een vleugje bruin of groen, zoals ouderwetse teer/koolteerverf) en een crème in plaats van wit geven meteen iets ouds en verzorgds terug, zonder somber te worden.

Eén rustige bies, verder niets. Historische schema's hadden vaak meerdere kleuren (groen, oxiderood, oker) door elkaar. Voor een "fris" gevoel werkt terughoudendheid beter: precies één dunne sierlijn tussen casco en opbouw, en verder niets — laat de vorm van het schip het werk doen.

#14120F — casco, warm teerzwart
#F1E9DA — opbouw, crème

Variant 1 — "Geteerd & kalkwit"

De meest rustige, tijdloze uitvoering: geen aparte bies-kleur, alleen de overgang tussen de twee hoofdkleuren zelf (eventueel een dunne donkere schaduwrand). Laat de romplijnen praten. Werkt het best als je liever niets "trendy" toevoegt.

#14120F — casco
#F1E9DA — opbouw
#C8A13C — bies, oker/goud

Variant 2 — "Geteerd & kalkwit, met gouden bies"

Zelfde basis, met een dunne oker/gouden sierlijn tussen casco en opbouw — een klassiek jachtdetail, geeft net wat glans en markeert de scheepsnaam-belettering mooi als die ook in goud komt.

#14120F — casco
#F1E9DA — opbouw
#3D5A63 — bies, gedempt petrolblauw

Variant 3 — "Modern maritiem"

Een subtiele, gerijpte knipoog naar de huidige felblauwe bies — dit petrolblauw is grijzer en stiller, oogt eigentijdser dan het felle staalblauw van nu, maar behoudt de kleurfamilie. Goede optie als je iets van "hoe hij nu is" wilt meenemen zonder het letterlijk over te nemen.

#14120F — casco
#F1E9DA — opbouw
#3B5942 — bies, flessengroen

Variant 4 — "Fries getint"

Een lichte verwijzing naar het Friese spoor in het werf-onderzoek — sinds augustus 2026 niet langer alleen een open vraag, maar de richting van de sterkste tussenconclusie (J.J. Bos, Echtenerbrug; lemsteraken werden traditioneel vaak in flessengroen geschilderd) — zonder er meteen een volledig groene romp van te maken. Een knipoog voor wie het verhaal áchter de kleur net zo belangrijk vindt als de kleur zelf.

#14120F — casco (boven waterlijn)
#F1E9DA — opbouw
#7A3826 — onderwaterschip, oxiderood/roodbruin

Variant 5 — "Zeeuwse oxide"

De meest historisch-gefundeerde variant: de traditionele roodbruine "loodkleur" op het onderwaterschip, zoals veel Zeeuwse platbodems die droegen, gecombineerd met het rustige zwart/crème schema erboven. Praktisch voordeel: deze kleur camoufleert aangroei en vuil onder de waterlijn van nature beter dan zwart.

Nog een overweging: mat versus (semi-)glans

Los van de kleur zelf maakt de afwerking veel uit voor het "fris"-gevoel. Een volledig glanzende romp oogt al snel als een gelakte plezierjacht; een mat of egaal halfmat zwart houdt het karakter van een werkschip vast, ook in een verder opgefriste kleurstelling. Iets om mee te nemen in het gesprek met een schilder.

05 — Huidige denkrichting, work in progress

Marineblauw, zwart & oker — in de geest van YE-79

Bij de nieuwe naam hoort ook een nieuwe kleurrichting: een donker marineblauwe romp met zwart onderwaterschip, witte opbouw, oker/gouden verschansing en kraan, en een oranje accent op het reddingsmiddel. Onderstaande illustratie is een moodboard dat de richting laat zien waarop op dit moment gedacht wordt — nog geen definitief ontwerp en zeker geen exacte tinten. Vorm, verhoudingen en precieze kleurwaarden worden nog verder uitgewerkt.

Moodboard-illustratie van de Robusto in nieuwe kleurstelling, met naam YE-79 Geertruida
Moodboard — indicatief, niet definitief

Gegenereerde conceptillustratie om de gewenste sfeer te tonen: donker marineblauw casco, zwarte romp/onderwaterschip, witte bovenbouw en accentstrepen, oker verschansing en kraan, oranje reddingsmiddel. Dient om het gesprek te voeren — niet als eindresultaat.

#152840 — hoofdkleur, donker marineblauw
#14120F — zwarte romp / onderwaterschip
#EEEAE0 — witte accentstrepen & bovenbouw
#C8A13C — oker, verschansing & kraan
#D9541E — oranje, reddingsmiddel-accent

Werktitel: "YE-79-stijl" — richting, geen recept

De hex-codes hierboven zijn een schatting op basis van de moodboard-illustratie, geen gemeten verfkleuren of Pantone-nummers. Ze dienen puur om de sfeer alvast digitaal herkenbaar te maken. Verhoudingen (hoeveel blauw t.o.v. zwart, waar precies de scheidslijn loopt) staan ook nog niet vast.

Status: denkrichting, geen besluit

Dit vervangt niet automatisch de eerdere zwart/crème-overweging (sectie 04) of de historische referentievarianten (sectie 03) — het is de richting waar het gesprek nu het meest naartoe neigt, gekoppeld aan de nieuwe naam YE-79 Geertruida. Wordt bijgewerkt zodra er scherpere keuzes gemaakt zijn (verfmerk, exacte tinten, precieze belijning).

06 — Toekomstdroom, nog geen plan

Een nieuwe mast- en laadconstructie

Naast naam en kleur leeft er ook een droom om het schip weer een mast met laadconstructie te geven — iets dat past bij het vrachtvaart- en visserijverleden. Dit is op dit moment nog geen ontwerp en geen vastomlijnd plan, maar een richting die we serieus willen gaan uitzoeken: hoe zag dit er historisch uit op dit scheepstype, wat is technisch en praktisch haalbaar op de huidige romp, en wat betekent dit voor onderhoud, vaargedrag en bruggen/kanalen onderweg.

Open — droomfase

Nog volledig te onderzoeken

Er ligt nog geen ontwerp, geen tekening en geen technische onderbouwing. Dit is bewust een apart, langlopend traject — vergelijkbaar met de werf-vraag — dat we stap voor stap in kaart gaan brengen.

→ Vragen die eerst beantwoord moeten worden: welke mast/laadboom-constructies waren gangbaar op dit type lemsterjacht in de vracht-/visserijperiode; wat is er structureel haalbaar op de huidige (verlengde) romp uit 1957; is het doel puur decoratief/historisch of ook functioneel (bijv. tender hijsen); en hoe verhoudt een vaste mast zich tot doorvaart onder bruggen op de huidige vaarroutes.

Geen haast — dit hoort niet bij de eerstvolgende werfbeurt

Dit is een meerjarig traject dat los staat van de geplande droogstand 2027. Naam en kleur kunnen als eerste stappen gezet worden; de mast-/laadconstructie volgt pas nadat er een echt onderzoekstraject en ontwerp achter zit.

07 — Eerdere denkrichtingen

Drie richtingen om over na te denken

Geen van deze is uitgewerkt — puur om het gesprek op gang te brengen, van vóórdat de naamskeuze viel op YE-79 Geertruida. Deze richtingen staan los van die naamskeuze en los van de huidige voorkeur in sectie 05. Stuur gerust voorbeeldfoto's, Pantone-nummers of ideeën naar bas@injebrowser.nl, dan komen ze hier als volwaardige palet erbij.

Richting A

Terug naar de visserstijd

Zwart casco, wit berghout — aansluitend bij de Drie Gebroeders/Geertruida-periode als vissersschip op de Zeeuwse stromen.

Richting B

De reisboot-jaren

Donkerblauw met crème — een knipoog naar de Laisser Dire/Catherina-periode onder Frey.

Richting C

Eigen, nieuwe identiteit

Een kleurstelling die niet verwijst naar een specifieke periode, maar naar het schip zoals het nu is — een eigen laag in bijna negentig jaar geschiedenis.